Archief ‘Mooie gedichten’

Geluk?

Geluk?

Soms, fietsend langs donkere
grachten, duikt je blik ongevraagd
een woonkamer binnen, stuit
op een glimlach, een hand op
een schouder, maar je bent al

voorbij. Niet meer dan een tiende
seconde lijkt nodig om haarscherp
te tonen waar het om gaat. Moet je
in je huis misschien gewoonweg trachten
te kijken alsof je er toevallig voorbij rijdt.

Marc Tritsmans

Mooie gedichten

Ik lees dus vaak gedichten op het schrijvertje. Meestal gedichten van de zelfde schrijvers. Sunset behoort tot 1 van mijn favorieten. Altijd weet hij wel weer ‘iets’ te raken met zijn gedichten, zoals ook het gedicht hier onder. Maar wat wil je, volgens mij schreef hij al toen ik nog niet eens in de spuit zat ofzo. Hij heeft ook een eigen site, klik HIER om daar heen te gaan.
 
En ik herinner mij

“Voor altijd?� vroeg je mij
met diepe trouw in open ogen
En ik? Be-ja-de wat door mij niet gelogen
was, al had ik beter moeten weten
dat zelfs beloftes bogen
onder angst – wijl ik een huis aan ’t bouwen was
begon jouw hart te zweten

Nu is hij daar het nieuwe jaar
En sta ik hier
Spreekwoordelijk met mij koffers in de hand
“Ik ga dan maar� heb ik gezegd
“Naar waar?“
“Niet naar waar. Ik ga dan maar�
En woorden legden zich als koude nevel
“Kom je terug. Eens, ooit. De deur is altijd open“
Toen troffen onze blikken zich een laatste keer
En in mijn ogen stond de ongesproken vraag
“Terugkomen? … Naar waar?“

**********
sunset 11-01-2007
**********

Gedicht: Mis Mij

Ted van Lieshout schrijft zo mooi he

Mis Mij

Denk niet meer aan mij. Zie me
over het hoofd. Ik ga gebukt. Er is
in mij geen houden van te vinden,

geen antwoord heb ik op wat je voor me
voelt. Spijt alleen, omdat we allebei
verlangen naar verlangen,

maar ik niet hier en niet naar jou.
Ik zoek iets groots dat in de verte dwaalt, voorbij.
Laat mij niet los. Ga weg. Blijf desondanks. Mis mij.

Ga nu maar liggen

Ga nu maar liggen
Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland

Liefde – Hans Teeuwen

Verleid me, verstik me,
pak m’n vrijheid af.
Bemin me, beperk me,
ga je gang, ik ben laf.

Je wil samensmelten,
- een onnozel idee -
Maar ik ben romantisch,
ik ga d’r in mee…

Kneed me en knecht me,
wees lief en gemeen.
Gun me de plek
van het blok aan je been.

Als jij mijn vrouw bent,
ben ik je man.
Dan vechten we samen,
voor dat wat niet kan.

We doen nóg meer water bij onze wijn,
totdat er alléén nog maar water zal zijn.
Helder maar smaakloos, geen kleur meer, geen gloed,
zo leven we samen, de dood tegemoet.

Weg met de eenzaamheid, leve de sleur,
jaloezie, irritatie, gesprekken, gezeur.
De liefde geeft hoop, de liefde heeft zin,
de liefde is een valstrik, maar ik trap er zo graag in.

Steeds dezelfde fouten,
steeds dezelfde pijn.
Bijna net zo gruwelijk,
als helemaal alleen te zijn.

Misschien is het deze keer anders,
misschien is het deze keer waar.
Is alle wijsheid van de wereld maar een fout,
ik wil het graag geloven, want ik houd zoveel van haar.

Het spel is weer begonnen,
ik zit er midden in.
Verslaafd als een verslaafde,
verzetten heeft geen zin.

Ik kan alleen verliezen,
mijn hart en mijn verstand.
De liefde laat pas los,
als ze is opgebrand.

Dan ben je weer jezelf,
alleen en onbemind.
Maar volwassen en verstandig,
totdat het weer begint.

Hans Teeuwen uit Industry of Love

Waarschijnlijk heb ik niets met je te maken…

Prachtig gedicht vind ik dit! Precies zoals ik het had willen zeggen, alleen schrijf ik daar weer te beroerd voor. Gelukkig hebben dichters ook lezers nodig! 

Waarschijnlijk heb ik niets met je te maken…

Waarschijnlijk heb ik niets met je te maken
of minder en steeds minder dan het scheen,
toen je je lichaam vouwde om mij heen
en wij de veranderde woorden spraken.

Geen vogel schreeuwt ons van de koude daken.
Voor de zoveelste keer: wij zijn alleen.
Wij zagen hoe de ruimte brak, verdween,
de beelden achter onze ogen braken.

En na al het geluk: ik ken je niet;
na al de misère: ik ben het niet,
die, dwaas als een mens, blindvloog in je armen.

Wachten is het genadebrood der armen.
Ik wacht een leven af, een nieuwe huid
en wens je geluk. Dit geluk is uit.

Hans Andreus

Gedicht

Onzuiver

 

zij dronk zijn
woorden als een
spa blauw

 

voelde het water
tot haar lippen
stijgen

 

verloor zichzelf
en verzoop in
al dat geloof

 

Schrijver: Brinkie

gedicht: Would you..

 Would you miss me?

Would you miss me? If I went away
It’s the end of the road, and I went astray
You took me for granted, and I accepted with a smile
Pushed me down the hill, I rolled for a mile
You laughed and giggled, as my eyesight slowly went
And I smiled in the wrong direction, quite content
Maybe this could be, the tragic happy ending,
The big picture movie, we’re just pretending

onze onlogische taal

Onze onlogische taal

Het meervoud van slot is sloten,
maar toch is het meervoud van pot geen poten.

Zo zeg je altijd één vat en twee vaten,
maar zeg je ook één kat en twee katen???

Wie gisteren ging vliegen zegt vandaag: ik vloog,
dus zeg je dan ook bij wiegen, ik woog?

Nee,want ik woog is afkomstjg van wegen,
maar… is dan ik voog een vervoeging van vegen?

En van het woord zoeken maak je: ik zocht,
maar hoort dan bij vloeken misschien ook: ik vlocht?

Alweer mis,want dat is afkomstig van vlechten,
maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten.

Bij roepen hoort riep,maar bij snoepen geen sniep,
Bij lopen hoort liep,maar bij kopen geen kiep,
En evenmin hoort bij slopen ik sliep.

Want sliep is afkomstig van het woord slapen,
maar zeg nu weer niet: ik riep bij het rapen.

Want riep komt van roepen en je ziet het terstond,
zo draaien we vrolijk in het kringetje rond.

Van raden komt ried,maar van baden geen bied,
dat komt weer van bieden,ik hoop dat je het ziet.

Van bieden komt bood,maar van wieden geen wood,
je ziet de verwarring is akelig groot.

Het volgende geval is bijna te bond,
bij slaan hoort ik sloeg,niet ik sling of ik slond.

Bij gaan hoort: ik ging,
niet ik goeg of ik gond.

En noem je een mannetjesrat: een rater??
want dat gaat wel op bij een kat en een kater.

Nog talloos veel voorbeelden zijn te geven,
want gaf hoort bij geven,maar laf niet bij leven.

Je zegt: wij drinken en hebben gedronken,
maar niet van wij hinken en hebben gehonken.

‘t Is, ik weet en ik wist,zo vervoeg je dat,
maar schrijf niet bij vergeten,vergist,
dat is een vergissing,ja moeilijk dat is’t

Gedicht: Geluk

Nog maar een gedicht van Ted van Lieshout!

Geluk

Ik kan rolstoelracen en hinkelen
Ik ken een beetje braille, wat steno
en gebarentaal voor in de auto.

Dus als ik gebrekkig word
weet ik hoe het verder moet.
Ik hoef alvast geen medelijden.

Maar min of meer en op de tast
ben ik gezond, al verongelukken
dagelijks gedachten in mijn hoofd

En och, al moet ik ooit een rolstoel
in of lopen met een kruk:
er is geen groter gebrek dan geluk

Search
Links: