Dromen tot het zwart werd

Iedereen zit in de gordel, de motor start
er zit een meisje met een knuffel in haar hand
ze kijkt door het raampje, vraagt aan haar moeder:
“mamma, wanneer zijn we in dat mooie land?”

Een man die lacht, streelt het haar van zijn vrouw
net getrouwd, klaar voor hun reis, stralend van geluk
“Je hoeft niet bang voor het vliegen te zijn lief,
zo’n vliegtuig gaat echt niet zomaar stuk…”

Een vader, een moeder en een puberzoon
onderweg naar de zon en het heerlijke strand
de dochter blijft thuis, voor het eerst alleen:
“Wel bellen hoor, wanneer jullie zijn geland!”

Een vliegtuig hoog in de lucht vol blijde mensen,
van leven en dromen nog lang geen eind zicht
maar zij zullen nooit zien, want wij wel zagen
bij de eerste beelden van het extra nieuwsbericht

Een man zwaait met de knuffel van een kind
de huichelaar maakt nog een gebaar naar God
waar al wat nog heel is, zichtbaar wordt gestolen
gaat iedereen die achterblijft thuis eraan kapot

Wat gebeurt er met de slachtoffers, waar gaan zij heen?
de beelden vervagen, het geluid is alleen nog maar ruis
ik kan hier niet langer naar kijken, wat een ziek bestaan
voor nu heb ik één wens: breng deze mensen snel weer thuis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *